naar Indochina & Sumatra

Belitung

In een overvol Jakarta (de grote Doerian), onze laatste dag alweer en dus ook ons laatste verhaaltje...

In Tanjungpandan stond vorige week vrijdag onze trouwe goedlachse vriend Agus klaar in de haven om ons op sleeptouw te nemen over Belitung. Hij regelde echt alles, best relaxed, en eigenlijk op Belitung ook noodzakelijk. Vrijwel niemand spreekt hier Engels en ook de toeristinfo is beperkt. De volgende dag nam Agus ons mee naar Selat Nasik (pulau Mendanau) om het festival Maras Taun bij te wonen. Dit feest staat in het teken van de rijstoogst en er wordt o.a. lepat (kleefrijst in bananenblad) gegeten. De overtocht ging met een overvolle houten schuit (ca. 300 man) over de azuurblauwe wateren van Belitung. Onderweg zagen we o.a. Pulau Tikoes (eilandje in de vorm van een muis). In Selat Nasik aangekomen bleken we de enige Orang Barat (Westerlingen) te zijn en werden al snel omringd door een dol-enthousiaste menigte. Dezelfde avond genoten we van makan dulang met gangan (lokale specialiteit, soort gele vissoep) en cumi cumi (inktvis), en van traditionele Billitonese muziek. We sliepen bij een gezin van een Prauwbouwer thuis en wasten ons met de mandi-bak met water uit een put. Vanaf de eerste tot de laatste minuut werd Marieke trouwens gevolgd door een groepje nieuwsgierige aagjes. De volgende morgen (met cumi als ontbijt) vond het officiele gedeelte van de ceremonie plaats met o.a. een toespraak van de gouverneur van Bangka-Belitung. Vervolgen sneed hij de grote lepat (13kg) aan en kreeg iedereen een kleinere versie. Daarna mochten wij op het podium mee lunchen met de gouverneur (die wij nu Goef mogen noemen) en zijn gevolg. Terug in Tanjungpandan bleek dat we met foto de voorpagina van de "Pos Belitung" hadden gehaald! "Orang Belanda bezoeken Maras Taun...". Nou ja! We worden nog beroemd....

's Avonds op bezoek bij Ibu Situ Rahma en haar familie. Twee jaar geleden hadden wij haar (na Spoorloos deel I) op Belitung ontmoet. Zij heeft in de jaren 50 als kindermeisje bij de familie Koster gewerkt. We hadden kadootjes meegebracht van thuis en Sepupu Stephen kon haar nu ook ontmoeten. Het was wederom een warm welkom en Ibu Rahma moest een traantje wegpinken. Haar kleinzoontje vond ons wel wat vreemd (...Orang Barat brulde hij...), maar toen we vertrokken gaf hij zijn nieuwe tante en ooms (!) lieve handkusjes...

Maandag hebben we een rondrit over Belitung gemaakt. Via de mooie waterval Geruk Beraye (waar oom Arie over had verteld) zijn we naar Kelapa Kampit (oude woonplaats familie Koster) gereden. Onderweg aten we Rambai (soort witte bes/vrucht), Sawo (zoete vrucht) en Langsat (lijkt op Duku). Ook zagen we prachtige Kembang Sepatu (bloemen). In KK zijn we langs het oude huis van de fam gereden. Helaas was er niemand, zodat we niet binnen konden kijken. Wel was er een lief mannetje op een brommer die ons meenam naar (de restanten van) de diepmijn en de wasserij (voor de tinwinning) van KK. Via Burung Mandi (een prachtige baai vol met prauwtjes, dat zijn kleine vissersbootjes) aangekomen bij huis van de familie van Agus. De hele familie sliep gezamenlijk op de harde tegelvloer, wij in vrijwel ongebruikte zachte bedden (met plastic, lekker zweten!). Maar volgens Agus is dit normaal en worden de bedden alleen door gasten gebruikt.

In Manggar, de stad van de 1001 Warung Kopi, maakten we in de vroege hete ochtend een fietstocht langs onder meer Lipat Kadjang, oude NL-huizen, ziekenhuis, de haven, schooltje en de plek van de oude Dieselcentrale (ooit de grootste van ZO-Azie). Dit alles natuurlijk vergezeld door het vrolijke geroep van mensen uit de desa's: "Bule, bule!". En we dronken in een pondok aan het strand klappersap met een rietje uit grote versgeplukte klappers (niet op te krijgen, 2 liter). Via Gantung (oude NL-sluis) naar Tanjung Kelayang, waar we zittend/liggend op een grote zwarte steen een prachtige zonsondergang zagen in de Zuid-Chinese zee.

De laatste twee dagen hebben we vanuit Kelayang een boot/snorkeltocht gemaakt (prachtig koraal hier) langs de vele kleine eilandjes (inclusief oude NL-vuurtoren en witte strandjes) voor de kust. Ook hebben we een zeer bijzondere zonsopgang meegemaakt. Uiteraard aten we, na een motorrit langs palmen en flamboyans, op Pantai Bilik (Tanjung Tinggi) de beroemde Gangan Kepala Ketarap (van vissekoppen) en we dronken Es Jeruk Kunci! Mmm...

Een week Belitung was eigenlijk tekort... En nu zitten alle drie onze reismaanden erop...morgenavond vliegen we terug naar A'dam (NL). Tot snel (sampai jumpa lagi!).

3 reacties | reageer

Jimmy Jambi en de spontane Sumatranen

Afgelopen zaterdag hebben we Neef (Sepupu) opgehaald van het vliegveld en nu kunnen dus ook zijn avonturen beginnen. Maar voordat we dat deden hebben we vanuit Bukittinggi eerst nog een rit op de motor gemaakt naar Danau Maninjau. Dit is een glanzend meer in een oude vulkaankrater met bergen gehuld in nevel. Om daar te komen moesten we o.a. 44 haarspeldbochten af en op nemen (in z'n 1 en 2 vooral). En dat is best lastig met het vaak maniakale rijgedrag van de meeste Indonesiers. R droomde die nacht van schakelen in de steile bochten...

 
De volgende dag in Padang jalan-jalan op de "boulevard" langs de oceaan. Een dikke bak stopte naast ons en man met vrouw en kind stapte uit om een praatje met ons te maken. We vroegen naar de Jalan A. Yani, omdat de oma van R daar waarschijnlijk gewoond heeft (ze is  geboren in Padang). De vriendelijke man bracht ons in z'n belachelijke wagen gelijk naar het betreffende adres, in de Nederlandse tijd heette die laan Belantoeng Ketjil. Daar aangekomen bleek daar nu de officiele residentie van de burgmeester te staan. Diezelfde middag zaten we daar met zijn vrouw met de pink omhoog aan de mierzoete thee en de krupuk. We kregen een rondleiding en Edral (assistent van de mayor) nam ons ook nog mee naar wat Nederlandse rumah's aan de overkant. In de jaren 20 moet dit een prachtige buurt geweest zijn. De elite van Padang woonde hier en dus ook de famile Otto Oscar Rhemrev (oma Koster's meisjesnaam).
 
Zaterdag was Neef nog niet geland of het volgende avontuur begon. (En M dacht nog wel dat er na Bukittingi niet zo veel meer zou gebeuren...). Na een bordje cumi-cumi, stapten we in een opelet (in Padang zijn dat opgepimpte Suzuki F1-busjes in verschilllende kleuren die hun eigen route hebben). Vlak voordat we eruit wilden bij de pasar ging een vrouw lelijk onderuit. Haar arm leek gebroken of uit de kom. De chauff zette eerst hardhandig de arm en daarna de vrouw terug op het bankje en reed vervolgens als een malle half Padang door, uiteindelijk eindigend in een of andere dessa (het was echt een dodenmansrit). In plaats van bij het ziekenhuis bleken we te zijn beland bij het huis van een soort kruidenvrouwtje. De gewonde vrouw werd daar een uur lang gemasseerd om de kwaal zogenaamd te verhelpen (Pijitten). En wij maar wachten. Het hele dorp (Desa Anak Air) was uitgelopen om ons te bewonderen. M voerde (onder gejoel) goeie gesprekken met een zwangere vrouw....onduidelijk was of de gevallen vrouw zich nu beter voelde (leek er niet echt op), hoewel ze serieus geen traan had gelaten (bikkel).
In Padang hebben we verder de grootste en meest chaotische pasar ooit gezien en samen met Neef nog een keer thee gedronken bij de vrouw van de burgmeester (Mrs. Mutia Fauzi Bahar). 's Avonds zagen we de zon ondergaan in de Indische Oceaan en hoe verliefde stelletjes stiekem knuffelden onder zeer lage parasolletjes. Verder leek het of wij in Padang de enige toeristen waren. Met een continu geroep van "Hey Mister (ook naar M), how are you", zonder verder gesprek trouwens. Ook zagen we een te gekke "draaimolen" bevestigd op een fiets (!), een odong-odong zoals dat hier heet!?
 
Na een rit van circa 13 uur belden we in Jambi met Jimmy (in Bukittingi ontmoet). Hij en zijn vrouw Elysabeth namen ons enthousiast mee op sleeptouw door hun stad, waar wederom geen westerling te vinden is. Wel wat nerveuze studentjes die ons Engelse interviewtjes afnamen met bandrecorder. Na afloop gingen ze juichen! In de wijk Ancol (langs de Sungai Batang Hari) aten we jagung bakar (mais) en dronken we air tebu (sap van suikerriet). De volgende dag met Jimmy Jambi het belangrijkste boedistische/hindoetempelcomplex van Sumatra bezocht: Muara Jambi. Onderweg veel Durian- en Dukubomen. Hoewel het seizoen bijna over is konden we op de terugweg toch nog duku krijgen. Een heerlijke vrucht, maar de pit moet je vermijden, bitter! Bij ons vertrek de volgende dag kregen we van Jimmy & Elysabeth zelfs kadootjes (+ verontschuldigingen dat ze niet meer voor ons hadden kunnen doen. Hoe vreemd...). Echt lieve mensen zijn het!
 
Nu zijn we via het drukke industriele Palembang (met Pempek en Pindang!) met de ferry, bus en motor (met sate Sepupu als gevolg) in Pankal Pinang (op het eiland Bangka). Onderweg hebben we Sri, leraar Engels, ontmoet. Morgen brengt hij ons naar de ferry die naar Tanjungpandan op Belitung gaat. Daar zullen wij onze eindbestemming bereiken. Nog een week te gaan...o,o
 
p.s.: hier in Pankal Pinang is internet te traag om de foto's te uploaden...

16 reacties | reageer

Onder de evenaar

Ten eerste: we hebben de aardbeving vannacht gevoeld (erg vreemd!), maar er verder geen ellende van meegekregen. Gelukkig! We zijn nu een paar dagen in Bukittinggi, een charmante met erg aangename temperatuur, door bergen omringde plaats in West-Sumatra.
 
Vorige week zijn we, na de drukte van Medan, gevlucht naar Bukit Lawang, waar het nabij gelegen Gunung Leuser Park nog echt wilde (en semi-dependent) orang-oetans herbergt. Nou, dat hebben we geweten! Wij gingen natuurlijk ook een trekking (deze keer met 3 noren, een verlegen amerikaan en een bebaarde australier) doen, door de echte wildernis (dit keer: serious business!!) van het regenwoud struinen, op zoek naar die grote, rooie, harige aap-vrienden van ons. En ja hoor, al snel waren we erg lucky (bleef onze gids Thomas zeggen) dat we een aap zagen. Slingerend, knagend en poserend voor de camera. Ook nog zeer lucky dat we een grote wilde mannelijke O-O tegenkwamen. Daarna nog een vrouwtje inclusief baby gespot. Hartstikke leuk en indrukwekkend!!! Tot de moeder ineens vervaarlijk slingerend van tak naar tak dichterbij kwam en op ons pad belandde! De gidsen seinden naar onze groep dat we moesten aftaaien. Dus wij namen de benen. Maar ze bleef ons volgen! Shit, dit werd te spannend...M was best bang...R wilde toch nog dichtbij blijven om foto's te maken...Uiteindelijk is onze hulp-gids nog gebeten door haar omdat hij een domme Engelse toerist (uit ander groepje) die de hele tijd van up-close foto's bleef maken, wilde beschermen. Hij moest terug naar het dorp voor een rabiesinjectie, want de bloedende wond bleek te groot, om door te gaan. 's Nachts in slaap gevallen op een matje van 1 cm in een tent van bamboe en vullis-plastic met het keiharde geluid van een tropische regenbui van een paar uur (we weten nu waarom het hier regenwoud heet), na een paar liedjes en ouwe goochel- en kaartspelletjes. Erg bijzonder!
 
Na dit spannende avontuur zijn we naar Danau Toba (=meer) doorgereisd en hebben daar een paar Paasdagen gerelaxt op een schiereiland van het schiereiland Samosir (in het meer), genaamd Tuk Tuk, waar de voornamelijk protestantse Batakbevolking (met die leuke puntdak huisjes) zich heeft gesetteld. Het weer was ook wat minder warm door de hoogte en we hebben best veel regen gehad. Lekker gelezen en een dag een motor gehuurd om de dessa's, kampongs en sawa's van Samosir te verkennen. Op een gegeven moment wilden we nog een berg op brommen om een meer te zien, maar door alle gaten in de weg en hoeveelheid drek, slipten we met het vehikel. Nou, ammenooitniet dat we ons nog waagden aan die helling! Er dreigde ook alweer regen...dus we dropen af, terug naar ons guesthouse gelegen aan het meer met prachtige tuin!
 
De dag erna een nachtbusrit gedaan die 17 uur duurde naar Bukittinggi. Voordat we aan de kronkel-soms-wegloze-tocht (respect voor de chauff!) begonnen, kregen we (samen met Sanne uit De Zilk) in de wachtruimte van de bus nog een muzikale versnapering van een flamboyante, ex-playboy uit Parapat/Tobameer, die zichzelf Nancy Sumatra noemde. Hij zong een paar klassieke Batakse liederen met heerlijk zware uithalen en matig gitaarspel. Ook werd er nog een Nederlands-Indisch liedje (geleerd van zijn oma) uit de doos gehaald: "satu dat is een, en batu dat is steen..." etc. Erg vermakelijk. Na de oneindige bustocht, waar we bij Bonjol de evenaar passeerden, dus in Bukittinggi met haar vulkanen, de Jam Gadang (klinkt intrigerend, he) en Fort de Kock aangekomen.
 
Gisteren wilden we naar Koto Gadang (alias Zilverdorp) lopen. Poging 1 mislukte: we kwamen van de bush-bush via een kloof met rivier terecht bij het beste eettentje van B'tinggi. Ze serveren daar de beroemde Gulai Itiak Lado Mudo (eend in heel pittige groene sambal). Na onze hete lunch (de monden brandden nog na), na advies van de eigenaar, een 2e poging richting het dorpje gedaan. Na veel moeite en kriskrossend door de rimboe op de berghelling inclusief gapende ravijnen met bamboestokken als oversteek, maar ook een oude trap door de Nederlanders gemaakt het dorp dit keer wel gehaald!! Whoehoe. Een jongen, Dedie genaamd, wilde ons wel naar de kalongs (grote vleerhonden) brengen, zei zijn moeder. Wij op pad. Onder andere zeiknat door de regen en middelhoog door de sterkstromende rivier gewaad in Ngarai Sianok (canyon), rotsen, boomstammen en wilde karbouwen ontwijkend, aangekomen bij de plek waar de kalongs zouden gaan vliegen. Maar er gebeurde niets, ondanks verwoedde krijspogingen van Dedie om de beesten uit de tent te lokken. Niks hoor, ze bleven lekker slapen in die hoge boom bovenop de rostwand. M keek al treurig, al die moeite voor Piet Snot. Dat kon Dedie niet hebben: hij zette het toen toch op een brullen en begon keihard te rammen op bamboe, zelfs de kalongs schrokken ervan, en warempel, ze begonnen in grote zwermen boven onze hoofden te cirkelen. Geweldig om te zien!
 
Vandaag lekker lui-dagje met auto en gids getoerd in het land van de Minangkabouw. Bij dit volk schijnt de vrouw de baas in huis te zijn. Mooie huizen met nog spitsere puntdakjes. Sumatra is echt prachtig groen. Groener hebben we het nog niet gezien op onze reis...Onderweg nog marquiza (lekker zoete passievrucht) gekocht en gezien hoe ze zwartgerookte pisang bakken in olie.
 
Net bij ons jagung-vrouwtje een dikke maiskolf opgeknaagd en soto ayam gegeten bij een van de lekkere eetstalletjes in Kampung Cina. Die schuimen we dagelijks af....mmmm...enak sekali!
 
De tijd gaat nu wel erg snel! Nog iets meer dan 2 weken..as zaterdag gaan we Neef (van R) al ophalen van het vliegveld in Padang...

10 reacties | reageer

Vakantie!

De afgelopen dagen hebben we genoten van een korte strandvakantie in Maleisie. Na ongeveer 6 weken door Laos en Cambodja vonden we dat we dat wel verdiend hadden. En we misten de zee...

Voordat we naar het bountyeiland vertrokken hebben we na mellow Phnom Penh via Battambang (een relaxt stadje, waar we lekker in en rondom hebben getoerd op een rappe schakel Honda Dreamer. R kreeg ook nog een bekeuring van 1 dollar) een dag of vijf in Siem Reap gezeten. Daar hebben we voornamelijk de tempels van Angkor (de trots van Cambodja) bezocht en de lokale specialiteiten geprobeerd. R begon te khmerren als M zin had in wat anders...Voor de tempeldagen hadden we een tuktukmannetje geregeld (Se) die graag van ons een 'job' wilde en ons overal heen bracht. Angkor Wat, Ta Prohm (met veel grote boomwortels), Angkor Thom, Kbael Spaen, Banteay Srei... allemaal even indrukwekkend. Niet te beschrijven, dat moet je zien! 

Vanaf Siem Reap zijn we via Kuala Lumpur (KL) naar Kota Bharu gevlogen. Daar aten we de lokale specialiteiten nasi kerabu (lavendelblauwe nasi!) en ajam percik op de pasar malam. De volgende dag via een taxi en een zeer heftige speedboottocht (voelde alsof je 40 minuten op zo'n elektronische stier zat) naar Pulau Perhentian Besar doorgestoten. Hagelwitte stranden met klapperbomen en jungle tot aan de zee. Hier hebben we een weekje genoten van de zon en het koraal en vissen. Van dichtbij, want we hebben een open water dive course gedaan! Na een aantal praktijklessen en een pittig schriftelijk examen tot diep in de nacht (met een Tigerbiertje erbij) zijn we geslaagd!!! De volgende dag gelijk een fundive gedaan en duizenden vissen (ook Nemo, ja) en kleurrijk koraal gespot. Dit gaan we vaker doen. Het was heerlijk om hier even vrijwel niks te doen. Het lekkerste eten en drinken haalden we bij een kleine warung aan het strand (lekkerder en goedkoper dan bij de resorts). We aten nasi lemak (R's favo) en nasi berlauk. We dronken ABC-tjes (Air Batu Campur). Ons lievelingsdrankje op het eiland. Voor de liefhebbers: rozenstroop, tjendol, katjang tumbuk, sagu, kabun, cincau, jagung manis, susu cair... tot ver over de rand aangevuld met schaafijs. Dit gaan we thuis ook proberen na te bootsen.
De laatste twee dagen hebben we gesnorkeld (M zag nog een turtle en dikke zeekomkommers) en dronken we biertjes (en abctjes) met Frank en Wouter uit Haarlem. Gezellig!

Tot gisteren zaten we in KL (waar het eind van de middag regelmatig flink onweert en regent) in een superdeluxe appartement/hotel (met bad en regendouche) vlakbij de Petronas Towers, in KLCC (Kuala Lumpur City Centre). R kende nog iemand hier en via haar was dat geregeld. Donderdag hebben we met She en Fadzlin nasi ajam gegeten op Bukit Bintang en vrijdag namen ze ons weer mee uiteten bij een modern restaurant (met vogelkooitjes als lampen, dat is hier hip). Wij aten Maleisisch, zij Westers! Ze vinden het geweldig om ons hun stad te laten zien. Uiteraard genoten wij erg van deze VIP behandeling en ook van het luxe hotel. We hebben ook nog in het zwembad op het dak van het hotel baantjes getrokken met uitzicht over de stad (o.a KL-tower)...

Na ongeveer 10 dagen opladen in Maleisie zijn we klaar voor de laatste maand op Sumatra. Nu zijn in Medan (net nasi padang op!) en reizen morgen verder naar onze vrienden: de Orang-Oetans. Het is al bijna april...

Hopelijk volgen de foto's later...

14 reacties | reageer

Van stof naar stad

Drie dagen in het Virachey National Park. Weer een bijzondere ervaring. Same same, but different dan onze trekking in Laos. Dit keer gingen we op pad met het stel uit Amsterdam en een leraar uit Granada die les geeft in Utah + een gids die ook parkranger is. De tocht begon met een 1,5 uur durende motorbikerit over steeds stoffiger wordende wegen.  Onderweg kwamen we langs een nederzetting waar een man was overleden. Er was een uitgebreide ceremonie aan de gang, die drie dagen duurde. De man bleek te zijn overleden aan een Cobrabeet! Dat beloofde dus wat voor onze tocht... Aangekomen bij de rivier voor een overstap op een klein houten bootje om ons dieper de jungle in te brengen, konden we het oranje stof van onze lichamen wassen. Lekker. De rivieropwaartse vaart was prachtig en de Cambodjaanse jungle werd steeds dichter. R dacht de geflipte kolonel Kurtz nog te vinden, maar helaas. Uiteindelijk kwamen we (na 3 uur) bij een nederzetting waar zeven families wonen. Brau-people zijn het en iedere familie heeft 9 tot 12 kinderen. Ze zijn erg verlegen en durven niet op de foto's. Ze spelen met zelfgemaakte autootjes en een soort wiel aan een bamboestok. En ook de jongste meisjes roken tabak! Die nacht sliepen we in een hut in onze hangmatten. De volgende dag hebben we hele dag gelopen. Vrij vlak, maar wel erg warm. We moesten zelf dit keer onze bedden dragen, dus het was een pittige tocht. Halverwege konden we de verkoeling in een klein riviertje wel gebruiken. Een deel van de tocht ging over de Ho Chi Minh-trail. Dit spoor werd gebruikt door de Noord-Vietnamezen om de troepen te bevoorraden die tegen de Amerikanen en Zuid-Vietnamezen vochten. Als we twee dagen verder zouden lopen, zaten we in Vietnam, zei Mao, de gids. Er is hier ook flink gebombardeerd door de Amerikanen, dus veel kans op UXO's (unexploded ordnances). Stay on the track! Ook vonden we nog allerlei wapens uit die tijd, waaronder een bazooka. Zwaar spul! Die nacht zijn we in onze hangmat, kijkend naar de maan en sterren, in slaap gevallen met jungle geluiden: krekels, kikkers, gecko's, gezoem, geritsel en hardsnurkende gidsen (twee zwaargespierde kerels uit het Brau-dorpje)... Wakker werden we door het geluid van de gibbons (klinkt als alarm). Het rivierwater werd gekookt om voldoende drinkwater voor de rest van de dag te hebben. Een van de gidsen liet ons apetrots zien hoe je vuur kon maken van bamboe en een droog blaadje. De rest van de dag lopen (met de hangmat), relaxen op het bootje (nou ja...) en achterop de motorbike. Terug in Banlung waren we uitgeteld en wederom oranje van het stof, een soort grote levende wortels waren we... Daarna was 2x douchen en schrobben niet genoeg, maakt niet uit: Het was te gek!  

Phnom Penh, de hoofdstad. Bij aankomst stonden we in de file. Na vijf weken eindelijk weer eens een echte stad. Tijdens de periode van de Khmer-rouge was deze stad vrijwel verlaten. We hebben de gruwelijkheden van Pol Pot en zijn kameraden gezien in het Tuol Sleng (S-21) Museum en de Killing Fields van Choeng Ek. Vreselijk om te horen en lezen wat hier gebeurd is. Niet voor te stellen eigenlijk. In S-21 (een voormalige school) zijn duizenden mensen gemarteld, alvorens zijn naar Choeng Ek gingen om te worden gedood. Babies werden tegen bomen doodgeslagen. Dit om kogels te sparen...Te erg! In totaal is er ca. 1/4 van de totale Cambodjaanse bevolking (8 miljoen) omgebracht of omgekomen door toedoen van de Rode Khmer. Dit in 3 jaar, 8 maanden en 20 dagen. Gelukkig is deze tijd voorbij en is Phnom Pehn weer een bruisende stad vol leven. Erg leuk om hier rond te lopen en de mensen te zien lachen en genieten. Vooral vanaf een uur of vijf begint het. Het lijkt wel of half Phnom Penh flaneert op de boulevard langs Tonle Sap en voor het Royal Palace. Dit doen ze het liefst in hun nieuwste felgekleurde pyjama met kleine teddybeertjes of met het hele gezin een beetje rondtoeren op de motorbike (5 pers. gaat prima!). Ook worden er stijve groepdansjes gedaan op Cambodjaanse popmuziek, waarbij veel mensen om heen vermakelijk staan te kijken, inclusief wij zelf. En er wordt gepicknickt met veel eitjes. Er heerst een ontspannen relaxte sfeer, ondanks het drukke verkeer met alle tuktuk's, cyclo's, motorbikes en auto's, en regelmatige uitval van de stroom. Opvallend is trouwens dat je hier of een brommer of een dikke Lexus rijdt. Ondanks zulksoort enorme tegenstellingen vinden wij PP een fijne stad en voelen wij ons hier senang! En we eten Amok en Lok Lak...

p.s.: check de fotoserie

14 reacties | reageer

De schoenen uit bij de deur

Na Vientiane zijn we in een ruk door naar Pakse (Zuid-Laos) gereisd. Dit deden we met een kitscherige nachtbus met bedjes en keiharde karaoke. We lagen natuurlijk weer op het vijf persoons bedje achterin de bus, boven de motor, waar het leek alsof we constant in een landend vliegtuig lagen  (9,5 uur). Wonder boven wonder hebben we toch geslapen...R naast een kreupele niet frisruikende ouwe Fransman...

Vanuit Pakse hebben we het Bolaven plateau bezocht waar de lekkerste koffie van Laos wordt verbouwd. Ook dorpjes, waar de kraters van bommen uit de Indochina oorlog nog zichtbaar zijn, bezocht en gezwommen in een enorme waterval met sterke stroming. Voor M te link vond R...

Met de boot zijn we met een Schot uit Bangkok naar Champasak gevaren om de Vat Phu te bezoeken, een van de belangrijkste heiligdommen in Laos en wellicht een blauwdruk geweest voor Angkor Wat. Daar was het echt verschrikkelijk heet, zeker 40 graden. En prachtige bomen met geelwitte bloempjes.

De laatste dagen in Laos hebben we doorgebracht op Don Det, een van de 4000 eilandjes in de Mekong. Hier was het ook weer lekker warm, dus konden we niet veel meer dan in een hangmat hangen en lezen. Wel nog een dagje met de Schot en een Spaanse Fransman gekayakt op de Mekong. Op de grens met Cambodja hebben we van veraf de zeer zeer zeldzame Irrawaddy dolfijn gespot. Een heerlijke duik vanaf het Cambodjaanse strand (daar waren we dus illegaal) in de Mekong genomen. Ook weer watervallen gezien. De interesse van Marieke hiervoor neemt duidelijk af. Op Don Det was er ‘s avonds nog een groot jaarlijks terugkerend wat(=tempel)feest. Het hele eiland was uitgelopen en vanaf drie plekken werd er doorelkaarheen keiharde Lao-muziek gedraaid of gezongen. Een jongen in een glitterpak zong er zo vals als een kraai en werd omringd door jonge meisjes die malle dansjes deden en een leraar die het hun voordeed. Het was een bak herrie, niet om aan te horen! En het ging de hele nacht door...

Wist u dat:

  • Je in Laos overal voor moet betalen als je buitenlander bent. Voor iedere pintransactie, tempel, vlot, ferry, en zelfs het kleinste bamboebruggetje
  • De muggen in Laos vooral M moeten hebben.
  • Dat Marieke nu een muggenbult ontploffing op haar arm heeft.
  • R muggenbulten gewoon negeert
  • R meer dan een week last heeft gehad van maag en darmen. Maar ook dit negeert...
  • Je in Laos je elkaar niet mag aanraken.
  • Zuid-Laos vlakker is dan Holland vergleken met Noord-Laos
  • Hier wel redelijk wat asfalt ligt
  • Als je lacht naar de mensen, je vrijwel altijd een grote glimlach terug krijgt. Sabaidee!
  • Men hier de godganse dag loopt te vegen en dat dus op iedere hoek bezems te koop zijn.
  • Overal en altijd Laotiaanse muziek wordt gedraaid met telkens hetzelfde basloopje...doenggg, dun-dun-dun-dun-doeng... doenggg, dun-dun-dun-dun-doeng... doenggg, dun-dun-dun-dun-doeng...
  • Marieke tegenwoordig haar haar wast in de Mekong...
  • We erg blij zijn dat het met de opa van M weer beter gaat...

Na Don Det een reis van 12 uur naar Ban Lung in Noordoost Cambodja gemaakt. Na gebruikelijke formaliteiten: 10.000 kip hier, wandelend door niemandsland, 1 dollar daar, health check (temperatuur werd opgemeten!), weer een dollar, 1 maand visum voor Cambodja gekregen (kosten 23 dollar). Twee uren wachten aan de grens om onduidelijke redenen (wel papayasalade en sticky rice gegeten), na een uur rijden keerde de bus en ging weer terug, wisselen van bus naar mini-van, 3 uur wachten in Stung Treng en uiteindelijk op een volbepakte bus (moeders die dochters ontluizen) over een stoffige weg (de bus moest soms stoppen omdat er geen zicht meer was) ‘s avonds aangekomen en een spookhotel met een restaurant dat lijkt op een botswagentent van de kermis geboekt...
De volgende dag (vandaag) met een Nederlands stel uit Amsterdam (in de bus ontmoet) een scooter gehuurd en over de wegen,van Ratanakiri gescheurd. De bomen zijn hier oranje van het stof. Gezwommen in een helder kratermeer en natuurlijk bij een waterval.

Morgen gaat we drie dagen junglen in het Virachey National Park...

12 reacties | reageer

Twee kanten van het verhaal

De afgelopen dagen Vang Vieng. We waren op het ergste voorbereid. Volgens de verhalen is deze plaats het Sodom en Gomorra van Laos. Op de kaarten bij diverse restaurants zagen we dat je iedere drug met iedere gerecht geserveerd kunt krijgen. En als dat niet op de kaart staat moet je er gewoon om vragen...De eerste nacht flink uit onze slaap gehouden door een groep (Israeli's?) die het nodig vond continu met de deuren te gooien en daarbij te schreeuwen. Volgende dag snel een rustiger stuk van het plaatsje opgezocht. Op straat zagen we veel jongeren met merkstift volggekalkte lichaamsdelen die teveel van een of ander goedje hadden genomen...een toeristische attractie op zich, goed passend bij het boek dat we net uit hadden: De helaasheid der dingen.

Ja, ook wij gingen "In The Tubing in Vang Vieng". Een surrealistische ervaring. Er was namelijk niemand op de Nam Song (rivier) behalve wij. Langs de kant overal barretjes met keihardknallende muziek en vage constructies om vanaf te springen. Dit alles gelegen in een idyllische omgeving. Later bleek dat attractie pas eind van de middag begint en niet om 10:30 uur...We worden oud.

De volgende dag met onze trekkingvrienden, die nu ook onze tubingvrienden zijn, een prachtige rit op mountainbikes langs verschillende dorpen en grotten gemaakt.  Een compleet andere kant van Vang Vieng vergeleken met de helaasheid van de vorige dag. Hoogtepunt van de rit was een langsrijdende pick-up vol feestende Laotiaanse vrouwen en een enkele oude snoeperd met hippe zonnebril in de laadbak. Ze bespeelden drums, zongen, dronken Beerlao (het goedsmakende lokale biertje) en haalden een zeer sterke Lao Lao te voorschijn om ons mee te nemen in het feestgedruis. Lao Lao mag je niet weigeren, omdat dan de kwade geesten boos worden. Dus op onze nuchtere magen namen we een flinke slok. Een Japanner die foto's van ons maakte, terwijl we de rivier over staken, moest er ook aan geloven. Hij verwachtte waarschijnlijk water, want we hebben nog nooit iemand zo goor zien kijken. Hij had meteen geen spleetogen meer. Later vonden we hem in een greppel...

Nu zijn we in Vientiane (de hoofdstad) en hebben net gedineerd op een bouwplaats aan de Mekong met ondergaande rode zon, Beerlao, ronkende graafmachines, bbq-vis, hele pittige papayasalade, gedroogde inktvis (taai, alleen R vond dit okee smaken) en gebakken varkensvel (net chips). Uiteraard niet zonder sticky rice...Voor het eerst in Laos trouwens bedelende kinderen aan tafel gehad.

Khawp jai lai lai!

15 reacties | reageer

Sticky rice, zweetdruppels en koele nachten

Sabaydee! Twee weken zitten er nu op. Nu in Luang Prabang, waar de temperatuur beduidend hoger ligt (35 graden) dan in de rustige plaatsjes in het noorden van Laos. De nachten daar waren zelfs koel te noemen en hadden we onze warmere kleren nodig...

De drie dagen in de jungle waren geweldig! Het hiken was behoorlijk afzien soms tegen supersteile hellingen op, bedekt met dicht bamboebos en veel bladeren op de smalle paadjes. Vaak glibberig, ook in de riviertjes met rotsen waar we doorheen klauterden. Veel zweet dus! Niet van de paden, want er kunnen nog wel eens bommen uit de Vietnamoorlog liggen. Het vele wandelen (gemiddeld 6 uur per dag) werkte in zekere zin mediterend. Je gedachten op nul en gaan! Tijdens de stops kregen we van de guides zelfgemaakt Lao eten gepresenteerd op enorme bananenbladeren met kleine gevouwen blaadjes als lepeltjes. Sticky rice (kleefrijst) was de rode draad tijdens de maaltijden...Soms kookten de gidsen ook ter plekke op een fikkie en gebruikten daarbij oa jonge bamboescheuten, pisangblad, verse koriander, citroengras en bloemen. Smaakte allemaal erg lekker! De overnachtingen deden we in bergdorpjes bij Khmmu- en  Lanten mensen die daar wonen. De dorpelingen waren erg toegankelijk en deden hun normale rituelen. We maakten wel wat foto's, maar dit voelt ook soms wat als inbreuk op privacy. Echter, ze bleven vriendelijk en enthousiast. We kozen een eend uit die we 's avonds met de sticky rice veroberden. En we wasten ons in de rivier, waar ook de eend en de kleding werd gewassen. Marieke wel in sarong! In een hutje onder enorme felgekleurde klamboes sliepen we lepeltje lepeltje. Onze groep bestond uit 7 mensen, een Engels stel, Duitse vrouwelijke dokter, Israelische romanticus, en een over-enthousiaste Franse-Canadees (deed vooraf rek en strekoefeningen!) + twee Khmmu gidsen, Toua en Wood. Al met al leuke mensen met veel energie. 's Ochtends werden we gewekt door veel kraaiende hanen, bellen van koeien en knorrende varkens. En het was koud!
Bij terugkomst in Nam Tha met z'n allen gegeten (geen sticky rice!) en Lao Lao (sterke drank gemaakt van rijst) met de gidsen gedronken. Onvergetelijke trip, inclusief blaren en grote schram op voorhoofd van M (meer dan goed behandeld door zorgzame Wood).

Met de bus de volgende dag naar Nong Khiaw. Over een weg met nog minder asfalt en meer steile hellingen en haarspeldbochten. Dit keer waren het de Laotianen zelf die de zakjes vulden, en soms ook ernaast...Nong Khiaw aan de Nam Ou (Nam=rivier) was de lange reis meer dan waard. Wat een prachtige omgeving en heel rustgevend. We huurden een fiets en bezochten een grot waar tijdens de tweede Indochinaoorlog de mensen onderdoken. Verder langs een riviertje gezeten en met Lao-meisjes in het Engels en Lao tot 10 leren tellen. M kreeg geplukte bloemetjes van die schatjes. Jongetjes zoeken de rivier af met duikbrilletjes en harpoentjes. Ook zagen we een dikke slang (circa 1,5 m lang) de weg oversteken...brrrr.

Over de Nam Ou en Mekong (laatste uurtje) zijn we met een boot (7 uur op een smal houten bankje) naar Luang Prabang afgezakt. Op de riveren in Laos gebeurt het. Mannen, vrouwen en kinderen zijn continu op zoek naar bruikbare producten (vis, schelpdieren, hout, wier etc.) Verder wordt er natuurlijk in gebaad, gewassen en gespeeld. Daarbij prachtige vergezichten van het bergachtige landschap met veel wilde buffels en met een grote rode zon over de Mekong kwamen we aan in LP.

Luang Prabang is heel anders dan het noorden. We hebben het gevoel dat we daar het echte Laos hebben gezien. Hier is het ineens weer vol met toeristen, verkeer en Europees eten...We gaan nu de Wat Xieng Thong bekijken en daarna Chinees nieuwjaar vieren met onze trekking vrienden...

p.s.: foto's hopelijk later. Lukt nu niet. 

20 reacties | reageer

Volgende pagina »

Laatste reisverhalen

Alle reisverhalen

Laatste foto's

Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's

Belitung

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: